Zoals de stafleden van Donald Trump opgezadeld zitten met een kleuter die na ieder foutloos geschreven woord een applaus verwacht en er van uitgaat dat hij met z’n kleine handjes weer een snoepje uit de belonings pot mag graaien, zijn arts voortdurend moet bemiddelen over de in te nemen pillen die de driftbuien onder bedwang moeten houden en een legertje aan alternatieve nieuwsbericht schrijvers het nauwelijks bol kan werken om bij iedere kritische noot die in de media verschijnt over de Beer van het Zwijnenparadijs een positief en populariteit bevestigend tegenbericht via zijn favoriete zenders op het beeldscherm te krijgen, moet ook een eenvoudige zaagselmaker omgangsvormen vinden die anderen op een voetstuk plaatsen maar tegelijkertijd de neiging naar onderdanig knikken, tijdens dominant gedrag, overwinnen en onderhuidse woede inslikken bij zinspelingen naar superioriteit, waar op subtiele wijze wordt verwezen naar de afhankelijke situatie waarin de klant als koning dient te worden behandeld. Het is donderdag de 23e Februari 2017 en terwijl een gefrustreerde blonde dame de hele nacht heeft wakker gelegen omdat de wietteelt in Nederland nu eindelijk eens legaal gaat worden en het meest mooie plantje, door haar eigen God geschapen, voortaan niet door criminelen wordt bewaterd maar door geïmporteerde oost-europeaanse seizoenarbeiders in professionele polytunnels en met streepjescode en accijns stickertje verpakt in de vitrine van de coffeeshops zal belanden, heeft de zaagselmaker zo vast geslapen dat het zwetend ontwaken de enige herinnering aan een boze nachtmerrie is. Dat je af en toe het leven op z’n kop moet zetten om te zien of er nog meer in zit is slechts evident voor de onervaren gelukzoekers waartoe ik mezelf, met meer dan 50 jaar onsamenhangend van strohalm naar strohalm springend, niet meer geroepen voel. De grillige contrasten tussen karakter uitingen en aangeleerde communicatietechnieken, die me in de omgang met jongere generaties steeds meer beginnen op te vallen, maken duidelijk dat leeftijd wel terdege een rol gaat spelen. Het is een rare gewaarwording om termen als “vroeger” en “in onze tijd” uit je eigen mond te horen terwijl je voor je gevoel pas een paar jaar tot de volwassenen behoort. Ondanks de ervaringen in “leidinggevende” functies en het runnen van een eigen bedrijf lijkt het een onmogelijke opgave om in de nieuwe wereld, vol retorische termen als “regieberaden”,”spiegelgesprekken”, “scenario-planning”, “toekomstverkenningen” en ”versnellings agenda’s” met behoud van gezond verstand te integreren. Een keukentafelgesprek heeft op de eenzame heuvel een heel andere betekenis dan in het wereldje van consultants en ambtenaren. In plaats van af te wassen koffiekopjes, een volle asbak en af en toe een lege wijnfles, zijn de gevolgen, in plaats van een goed gevoel of een kater, tegenwoordig diverse rapporten om het intensieve proces van agendering, analyse en dialoog vast te leggen in een factureerbaar bewijs van inspanning. De aversie tegen het ontvangen van vooraf ingestudeerde onpersoonlijke complimenten, prestatie analyses naar voorbeeld van gelezen management boeken en “persoonlijke wandelgang stimulerings gesprekjes” maken dat de vroeger gevoelde verantwoording voor het “gewoon goed doen van je werk” is veranderd in een brein vermoeiende bezigheid vol met in acht te nemen “stukjes” positiviteit, inzet, communicatie en dankbaarheid. Het klinkt niet eens meer vreemd, in een samenleving vol marketeers en externe consultants, dat de ramen van een blinde niet hoeven te worden gewassen, die ziet immers niets. Net zoals kleuters een beloning verwachten voor het foutloos spellen van vier letter woordjes, lijkt het complimenteren voor gevonden bezuinigingen en rapporten vol veronmenselijkte non-oplossingen door allerlei ondefinieerbaar opgeleide adviseurs, door dure facturen te betalen, de gemoedsrust van bestuurders en politici te behagen. Soms verlangd de zaagselmaker terug naar “vroeger” waarbij het afleveren van een creatieve prestatie aan een Groningse klant deze de waardering voor het werk simpelweg kon uitdrukken met de woorden “Da’s goud mien jong!”
Een paar jaar geleden verliet ik Nederland, waarschijnlijk voor altijd, na de vele teleurstellingen die zich voordeden met plaatselijke overheden en de grote ambtelijke molen. Als kleine ondernemer mocht ik al weinig, werden allerlei wettelijke plichten onmogelijke obstakels en iedere kans op de vrijheid die ik nodig acht een illusie. In, toegegeven, een staat van teleurstelling en boosheid begon ik een weblog om mijn kijk op de lopende zaken uiteen te zetten. GenoegVanNederland ontsproot uit walging voor een oneerlijke overheid en de afgenomen rechten, kansen en toekomst van het individu. Genoeg van Nederland.....klinkt wat negatief misschien. Maar het is geen 'genoeg' hebben van de mensen, het landschap, het eten, vrienden, kennissen, familie enz. Het is de weerzin tegen een zogenaamd democratisch systeem, wat al jarenlang niet meer aan de omschrijving voldoet. Het is een weerzin tegen de verhoudingen, tussen de realiteit van de dagelijkse beslommeringen en de papieren waarhe...
Reacties
Een reactie posten