
Schaarste maakt het meest onbenullige duur. Goud, een grondstof die, met onderdrukking en slavenarbeid, nog steeds wordt gedolven en weggeroofd van de oorspronkelijke vindplaats, is zo'n strohalm in tijden van economische rampspoed. Nee, niet omdat je het kunt eten of er huizen van kunt bouwen maar omdat “de mens” nu eenmaal geobsedeerd van glinsterende materialen. Al eeuwen gebruiken we goud, kraaltjes, glinsterende muntjes en edelstenen als surrogaat ruilmiddel omdat we niet altijd verlegen zitten om een bloemkool, een geit of fysieke tegenprestatie.
Nu kwamen onze voorvaderen er achter dat het wel heel lastig was om de hele dag zo'n buidel met ruilmiddelen mee te dragen. In plaats van goud of edelstenen besloot men de transacties uit te voeren met papiertjes die de garantie gaven dat het fysieke ruilmiddel ergens veilig lag opgeslagen.

De bankiers ontstonden, mensen gingen zich econoom noemen en binnen de kortste keren werden die waardepapieren verhandeld. Regeringen eigende zich nationale banken toe, schaftten persen aan en drukten naar hartenlust de zogenaamde biljetten, die we nu kennen in de vorm van Dollars, Euro's en duizenden andere verschijningen. Het ruilmiddel werd een doel op zich en verloor iedere samenhang met de realiteit van haar ontstaan. De schaarste, waaraan al die blinkende en schitterende ruilmiddelen hun waarde ontlenen, verlegde zich in de loop der tijden naar schoon water, schone lucht, vruchtbare grond en voedingsstoffen. Een mislukte oogst is met al het goud op de wereld niet te repareren, en toch hebben de handelaren die gebruikmaken van het imaginaire ruilmiddel een manier gevonden zelfs daaraan zich te verrijken. De mogelijkheid om met een briefje, dat slechts z'n bestaansrecht ontleent aan ongefundeerd vertrouwen, voedingsgewassen op te kopen en voor speculatieve doeleinden te onthouden aan de hongerige, is de ultieme consequentie van het theoretiseren van het tastbare.
Om te ontsnappen aan alle tegenslagen van de wereldse realiteit, vergrijpt deze columnist zich een keer per jaar aan de waan van heroïek en strijd van de Tour de France. Nee, dat wat je ziet is er niet maar dat is geen reden om het genieten uit te bannen. De beelden van dit commerciële spektakel resulteren ieder jaar weer in een
Tourgazet Plagiato, mijn eigen absurde kijk op dit evenement. Ruim gebruikmakend van door andere geschreven commentaren, door andere gemaakte foto's en videobeelden, ondersteund door mijn eigen cynisme en fantasie, wordt er naar hartenlust geplagieerd. Verzonnen gebeurtenissen, een imaginaire redactie en ieder jaar andere figuren die opdraven als assistent of afzeikpaaltje.

Natuurlijk, dat kan niet zomaar, iemands hoofd gebruiken in photoshop, zomaar opnames gebruiken van derden, er bestaan nu eenmaal regels als copyright en beeldrecht. Maar wie heeft het beeldrecht op Allah, Jaweh, Mohamed of Jezus? Ik heb nog nooit een originele afbeelding gezien. Als schaarste de prijs bepaald, ja dan zou niemand het zich kunnen veroorloven om zulke portretten te gebruiken. Toch is het een algemeen gebruik, Maria en Jezus zijn voor luttele centen te koop, als beeldje verpakt in plastic bij de filialen van het Vaticaan. De media schuwe Mohammed verschijnt in de meest verachtelijke vormen in de krant, zonder enige afdracht aan de beeldrechthebbende.
Satire is de meest genoegende vorm om de copyrights en beeldrechten te omzeilen. De tegenwoordig zo belangrijke vrijheid van meningsuiting beschermd de tekenaar, fantast, cabaretier, columnist of politicus voor censuur en verdraagt tevens wansmaak en schofferingen.

In de editie van de
Tourgazet Plagiato 2011 was Jeanine Hennis-Plascheart het “slachtoffer”, nee niet negatieve zin, maar als reactie op haar inzet voor privacy tijdens een vorige carrière. En ja, er is wat af “gephotoshopt”, zonder rekening te houden met beeldrechten, edoch heb ik me beperkt tot vriendelijke aanpassingen en heb oorlogsmisdadigers en andere wansmaak achterwege gelaten. Als je het afmeet aan de schaarste zal haar beeldrecht ook niet in de hoogste regionen verkeren, het aanbod op het wereld wijde web is groot. Nu vind ik het geen stijl om zulks fantasieën anoniem te verspreiden, dus heb ik haar op de hoogte gebracht. Ze heeft me gedoogd......
Als de schaarste van producten bepalend is voor de prijs, waarom doen al die commerciële troep vervaardigende lecturisten, popsterretjes, soapproducenten en roddelbladhotemetoten dan zo moeilijk over copyrights?

Mevrouw Dieneke van der Vlies uit Zeeland mocht niet eens een T-shirtje vervaardigen met de beeltenis van haar idool Johnny Hoogerland, Beeldrecht zo sprak zijn manager. Johnny is een held, maar zijn portret dat overal publiekelijk in de media is te zien, kan toch nooit wedijveren met dat van Jezus of de profeet Mohammed, en die zijn gratis te gebruiken.
Ik wil best een bijdrage doen voor de door mij gebruikte beelden van Jeanine. Drie kilo olijven of een paar potjes zelfgemaakte sinaasappelsiroop. Geld, nee dat zou een ondermijning van mijn eigen gebrek aan vertrouwen zijn in dat imaginaire surrogaat voor bewezen diensten.
Reacties
Een reactie posten