Het regent, nee niet alleen water. Donkere wolken schijnen zich niets aan te trekken van de frisse storm en blijven zich verzamelen boven de vrijheid waarin we verblijven. Ongeïnteresseerd blijft de neerslag ons treiteren met tegenslagen en ondermijnende buien. Ik kijk omhoog en aanschouw de zwarte luchten, waartussen slechts enkele gebeurtenissen zorgen voor hoop. Zelfs de herfstbladeren klampen zich vast aan hun veilige takken en weigeren zich over te geven aan de komende winter, gelijk politici aan hun rode zetel.
De winter, zonder dat jaargetijde geen lente. Het natuurlijke verloop van de geschiedenis dringt zich aan ons op. Ik tegen jou, zij tegen ons. Plaatselijke buien groeien uit tot mondiale stormen. Als het gevaar op de ene plaats lijkt te zijn geweken verrijst een andere op afstand.
Afstanden die steeds kleiner worden, waar door schuilplaatsen steeds minder vaak vindbaar zijn. Wegkruipen is een minderwaardige oplossing, helaas steeds vaker omarmd. Anonimiteit is de opgedolven waarheid, het hoogst bereikbare doel. De buien registreren, worden waargenomen, maar gezien als onverslaanbaar verschijnsel. Opgeslagen in het geheugen van deze herfst, vraag ik me af hoe we de winter moeten doorkomen. Koud zal het zijn, zonder de warmte van gerechtigheid. Donker zal het zijn, zonder de bescherming van een democratische deken. De lente is nog ver weg. De meest invloedrijke factoren voelen zich beschermd door de macht. De macht die wordt ondersteund door een onnadenkende menigte, zich gevoelloos voortbewegend in de neerslag. Zij die de meteorologische veranderingen wel voelen wordt slechts een opgeborgen alternatief geboden.
Het is herfst, een jaargetijde dat deze keer extra lang zal duren. Eén sneeuwvlok maakt nog geen winter, maar samenklevend aan eerder neer gedwarrelde vlokken vormt het een blanke deken van kou en onverdraagzaamheid. Sneeuw is licht, per vlokje berekend. De druk van een dikke laag verdrijft echter de mogelijkheid tot ademen. Sneeuw komt ook uit een donkere wolk, aangewakkerd door de botsing van twee luchtstromingen. Het wachten is op de zon die deze onrechtvaardigheid doet smelten. Vroeger kon je de lente ruiken. Bij de geboorte van nieuwe levens rees gelijkertijd de hoop. Nieuw leven gedraagt zich naar de omstandigheden, overlevingsdrang. Hoe groot de pijn voelt, geboren worden in een aanhoudende herfst met, het rottingsproces weigerende, bladeren. Al groeien bomen tot boven de buien, hun bladerdracht zal ze doen omvallen. Overgroeid door paraserende levensvormen zullen ze eens een gedenkteken zijn van een lange herfst, zoals alle monumenten van oorlog en vervolging.
Onder een deken van angst verschuilen zich de zwakkeren. De kou zal hun huid versterken, het donker hun zicht scherper maken. De druk van een dikke laag blanke sneeuw zorgt voor de gewenning aan weinig adem. De vergeten woorden “Nooit meer” zullen worden opgedolven in een vertroebelde geschiedenis. Het leerproces gaat langzaam, vele winters lang met bladdragende bomen. Niet de geur maar een enorme “knak” zal de komende lente aankondigen.

Afstanden die steeds kleiner worden, waar door schuilplaatsen steeds minder vaak vindbaar zijn. Wegkruipen is een minderwaardige oplossing, helaas steeds vaker omarmd. Anonimiteit is de opgedolven waarheid, het hoogst bereikbare doel. De buien registreren, worden waargenomen, maar gezien als onverslaanbaar verschijnsel. Opgeslagen in het geheugen van deze herfst, vraag ik me af hoe we de winter moeten doorkomen. Koud zal het zijn, zonder de warmte van gerechtigheid. Donker zal het zijn, zonder de bescherming van een democratische deken. De lente is nog ver weg. De meest invloedrijke factoren voelen zich beschermd door de macht. De macht die wordt ondersteund door een onnadenkende menigte, zich gevoelloos voortbewegend in de neerslag. Zij die de meteorologische veranderingen wel voelen wordt slechts een opgeborgen alternatief geboden.
Het is herfst, een jaargetijde dat deze keer extra lang zal duren. Eén sneeuwvlok maakt nog geen winter, maar samenklevend aan eerder neer gedwarrelde vlokken vormt het een blanke deken van kou en onverdraagzaamheid. Sneeuw is licht, per vlokje berekend. De druk van een dikke laag verdrijft echter de mogelijkheid tot ademen. Sneeuw komt ook uit een donkere wolk, aangewakkerd door de botsing van twee luchtstromingen. Het wachten is op de zon die deze onrechtvaardigheid doet smelten. Vroeger kon je de lente ruiken. Bij de geboorte van nieuwe levens rees gelijkertijd de hoop. Nieuw leven gedraagt zich naar de omstandigheden, overlevingsdrang. Hoe groot de pijn voelt, geboren worden in een aanhoudende herfst met, het rottingsproces weigerende, bladeren. Al groeien bomen tot boven de buien, hun bladerdracht zal ze doen omvallen. Overgroeid door paraserende levensvormen zullen ze eens een gedenkteken zijn van een lange herfst, zoals alle monumenten van oorlog en vervolging.
Onder een deken van angst verschuilen zich de zwakkeren. De kou zal hun huid versterken, het donker hun zicht scherper maken. De druk van een dikke laag blanke sneeuw zorgt voor de gewenning aan weinig adem. De vergeten woorden “Nooit meer” zullen worden opgedolven in een vertroebelde geschiedenis. Het leerproces gaat langzaam, vele winters lang met bladdragende bomen. Niet de geur maar een enorme “knak” zal de komende lente aankondigen.
"Donkere wolken schijnen zich niets aan te trekken van de frisse storm en blijven zich verzamelen boven de vrijheid waarin we verblijven"
BeantwoordenVerwijderenMooie zin.
Heel mooi geschreven.
BeantwoordenVerwijderenIedere zelfstandige, nadenkende boom is er eentje moet je maar denken.
BeantwoordenVerwijderen