Waarin kunnen we ons als burgers nu nog in verenigen?
Er is maar weinig houvast meer voor de gemiddelde bewoner van deze aardkloot. Waren we vroeger nog verbonden met onze medemens door een religie, een geboortestreek, of het opgedrongen uitmaken van een klasse, zijn deze zuilen van verbroedering nu vrije eilandjes waar we via de springplank van emancipatie en onderricht vrolijk rond zwerven.
Religie is slechts nog een keuze bij gebrek aan wetenschappelijk inzicht. Katholieken worden zomaar Jood, Islamiet of Boeddhist. Onwetenden die het naleven van regels en wetten, door enkele in zich zelf gelovende voorgangers verwoorde interpretaties van overleveringen, als vervolmaking van hun bestaan hebben gekozen. Regels waarin geboorterecht, bekering, heiligverklaring en uitsluiting als normen en voldongen waarheden worden gepresenteerd. Iedere religie is de ware, en de wetenschappelijke feiten slechts verzinsels van ongelovigen. Een voormalig Islamiet maakt een goede Christen, een zon aanbiddende Afrikaan maakt na enige aandrang een goede Moslim en een Zuid-Amerikaanse indiaan is goed om te praten tot een praktiserend Katholiek. Vastigheden en oorspronkelijke verhoudingen zijn verjaarbaar door de invloed van migratie en opgelegde waarheden, in ruil voor genereuze oplossingen en spirituele bijstand. Ook de grote wereld religies lijken steeds meer sektarische trekjes te krijgen. Religie is een reden tot verwijdering geworden, in plaats van een gezamenlijk optrekken naar betere vooruitzichten.
De cohesie tussen individuen omdat ze nu eenmaal de zelfde geboortegrond hebben is al lang verwaterd. Het dialect waarin mensen communiceren wordt als een rem gezien op de sociale vaardigheden. Migratie binnen de eigen windstreken is gewoon geworden. Werk, sociale ladders, egoïsme, prestatiedrang en vooral financieel geluk lijkt alleen te vergaren in een wereld van “Algemeen Beschaafd”. De boodschap is niet meer belangrijk, slechts de vorm waarin deze ten tonele wordt gebracht is belangrijk. Iedere generatie schuift de meetlat weer iets verder, waardoor de oudere, en dus niet meer serieus te nemen, puristen de verdedigingslinie proberen op te hogen met slechts voor de eigen aanhang begrijpelijk taalgebruik. De moderne jongeling heeft daar geen boodschap aan en gebruikt het communicatiemiddel taal op geheel eigen wijze. Deze nieuwe vorm mag dan voor de taalpuristen, ofwel taalzuiveraars, moeilijk te begrijpen zijn, het is wel universeel binnen de nieuwe generatie.
Die taalpuristen hekelen al die taalvariatie. Ze kunnen dan wel streven naar het gebruik van vaste taalregels, een vaste uitspraak en een woordenschat die met inachtneming van die regels en uitspraak zijn opgebouwd, maar vernieuwing is niet tegen te houden. Ze weerstreven zelfs de regionale verschillen, die een afwijkende uitspraak veroorzaken, waarmee ze ook de verbondenheid door afkomst proberen te ondermijnen.
Vaak wordt door dat soort taalpuristen ook jargon bestreden, waar het de betekenis van woorden uitholt. Vooral politiek jargon is om die reden vaak het onderwerp van taalpurisme. Voor de nieuwe generatie is al die ouderwetse regelgeving, groots genoemd “Algemeen Beschaafd”, slechts een jargon uit een vervlogen tijd. Te langzaam, niet geschikt voor de huidige communicatie snelheid van SMS en internet.Er zijn niet erg veel mogelijkheden om de “wettelijke” taal te beïnvloeden. Op nationale schaal kunnen taalinstituten (zoals in het Nederlands taalgebied de Taalunie) een beschrijving van de taal vaststellen, zoals die door docenten onderwezen zou moeten worden, en sommige regeringen stellen vast hoe de taal gespeld moet worden, en soms in welk schrift die geschreven moet worden. Maar autoriteit heeft geen invloed op de dagelijkse omgangsvormen en loopt vaak ver achter de feitelijke vorm van schrijven en spreken aan. In wezen blijft er voor de aanhangers van “het juiste woord” slechts het corrigeren van gesprekspartners wanneer zij een fout maken. Personen die erg ver gaan op het gebied van taalpurisme, en op iedere fout geschreven “d” of “dt” reageren, worden in Nederland vaak als ergerlijk ervaren wanneer ze communicerende individuen voortdurend wijzen op fouten, ook wanneer die daar geen behoefte aan hebben. Natuurlijk blijven er altijd van die Archaïserende puristen die de literaire gouden eeuw in hun geschiedenis willen doen herleven. Gelukkig zijn er ook Etnografische puristen, die met hun idealisering van het platteland, de streektalen en volksverhalen levend proberen te houden, zodat mensen zich verbonden blijven voelen met hun geboortegrond. Omdat er nu eenmaal een groep elitaire puristen zal blijven bestaan waarbij hun taalgebruik binnen een bepaalde hogere sociale klasse geïdealiseerd wordt, is het goed dat er een vernieuwende tegenstroom is.
Al veel te lang is de vorm van taal belangrijker geweest dan de boodschap zelf. Het zelfde geldt voor de religies. Het goudgehalte van de Kathedraal lijkt nog steeds belangrijker te zijn dan de armoede van haar bezoekers. Nieuwe technieken zorgen voor nieuwe manieren van communicatie, in een taal die niet gedomineerd wordt door vorm, maar door inhoud. Wereldwijd een mix van Engels, internationale afkortingen en uitdrukkingen van gevoelens. Geheimen blijven geen geheimen meer. Pluriforme communicatie door aaneenkoppeling van diversiteit, een geweldige vooruitgang op zoek naar een vernieuwde samenhang. Serieuze zaken worden net zo goed begrepen als ironie en geen autoriteit, kerkelijk of wettelijk, die dat nog kan voorkomen. De nieuwe generatie laat van zich horen, betrokken en met bonafide overdenkingen, en gelukkig hebben ze hun eigen manier gevonden. Eigenlijk zijn ze weer bij de manier waarop taal wordt omschreven; “Spraakklanken met behulp waarvan de mensheid samenwerkt en waarmee men zijn gedachtes en gevoelens aan anderen kenbaar maakt”. Lastig voor die enkele taalpurist, maar ook Vondel, Shakespeare en zelfs de Bijbel worden bijna iedere generatie weer opnieuw vertaald in begrijpelijke zinnen.
Een paar jaar geleden verliet ik Nederland, waarschijnlijk voor altijd, na de vele teleurstellingen die zich voordeden met plaatselijke overheden en de grote ambtelijke molen. Als kleine ondernemer mocht ik al weinig, werden allerlei wettelijke plichten onmogelijke obstakels en iedere kans op de vrijheid die ik nodig acht een illusie. In, toegegeven, een staat van teleurstelling en boosheid begon ik een weblog om mijn kijk op de lopende zaken uiteen te zetten. GenoegVanNederland ontsproot uit walging voor een oneerlijke overheid en de afgenomen rechten, kansen en toekomst van het individu. Genoeg van Nederland.....klinkt wat negatief misschien. Maar het is geen 'genoeg' hebben van de mensen, het landschap, het eten, vrienden, kennissen, familie enz. Het is de weerzin tegen een zogenaamd democratisch systeem, wat al jarenlang niet meer aan de omschrijving voldoet. Het is een weerzin tegen de verhoudingen, tussen de realiteit van de dagelijkse beslommeringen en de papieren waarhe...
Zodra geloof betekend iets willen aannemen waarvoor geen enkel bewijs is. Het veroordelen van een ander die dit niet gelooft is dus raar want die gene wil het geloven mits het aantoonbaar ergens op gebasseerd is. Dus niet de ongelovige is ongelovig maar de gelovige. Aan de basis van vele conflicten ligt een aanname. Een aanname is de basis van ieder geloof. daarom is het geloof ook de basis van bijna ieder conflict.
BeantwoordenVerwijderen